De kleine Catalaanse heuveldorpen op deze reis door de Empordà

De kleine Catalaanse heuveldorpen op deze reis door de Empordà

De kleine Catalaanse heuveldorpen trekken de aandacht op deze reis door de Empordà; langs een deel van de Costa Brava en dwars door het heuvelachtige groene binnenland.

Een aprilse dinsdag in Girona, en het is Sant Jordi. Een feestdag in Catalonië, waarop mannen rozen geven aan vrouwen en de vrouwen boeken aan mannen. In de binnenstad barst het van de kraampjes boeken en rozen. De zon schijnt over de stad, ’s avonds kijken we naar de zonsondergang vanaf de stadsmuur – die hoog boven het oude centrum uitkomt. De wandeling op de muur zelf duurt een poos, telkens is er in de verte een hogere toren, met nog mooier uitzicht. Girona is de tweede stad van Catalonië en een hotspot voor professionele fietsers. Door de ligging dichtbij de Pyreneeën en zee, plus de goede temperatuur. We zien de hele tijd fraai gesoigneerde profs fietsen, van wie we er sommigen herkennen.

Zonsondergang vanaf de stadsmuur in Girona © David Peskens Photography
Girona © David Peskens Photography

Trek&Ride

De fotograaf en ik ontmoeten Wouter, uit Antwerpen. Na omzwervingen woont hij al meer dan vijftien jaar in Catalonië. Hij heeft Trek&Ride opgezet, een bedrijf met fiets-en wandelroutes. De route die we deze dagen volgen, is door hem uitgezet. Wouter is een fijne kerel die sterke verhalen vertelt. Veerkrachtig van karakter bovendien, want tijdens corona heeft zijn bedrijf een enorme dreun gehad, maar hij is opgekrabbeld. Tijdens de pandemie heeft hij een poos in de bergen op een boerderij als knecht gewerkt. Ruw werk, een ervaring voor het leven. Wouter biedt reizen aan naar onbekendere delen van Catalonië. ‘Je bent lang onderweg om er te komen,’ zegt hij. ‘Dat is voor toerisme een probleem. Ik haal mensen op van het treinstation, om het ze makkelijker te maken. Eens je er bent, is het fantastisch. Je slaapt gewoon bij de boer, die helemaal geen tijd voor je heeft als hij moet oogsten.’ Wouter vertelt ons dit tijdens de picknick op onze tweede dag, ter hoogte van Cala de Castell. We zitten aan zee. Op tafel liggen lokale schapen- en geitenkazen en fuet, worst van hier. Ons brood wordt ingewreven met sap van een grote tomaat, en besprenkeld met olijfolie. Vijgen zijn er ook. Wouter: ‘Als die rijp zijn, moet je in de bomen kijken, dan zitten de civetkatten en marters erin en die vreten die hele boom leeg, bedwelmd door fermentatie in de vijgen.’ Na de picknick fietsen we naar het huisje van de schilder Salvador Dalí, een Catalaan. Het huisje ligt in de bossen verscholen, vlak bij zee. Het heeft een scheve deur, typisch Dalí. Geen naambordje erbij, je moet het toevallig maar net weten.

De stilte aan de Costa Brava

Groene weilanden zover we kunnen kijken, de zee dichtbij. Op de fiets is het moeilijk om te bepalen of ik mijn jas aan of uit moet doen. Het ene moment is het warm, dan heet en daarna komt de zeewind over ons heen en heb ik het ijskoud. We logeren in kuststadje Sant Feliu de Guíxols, ontdekken het wandelpad dat vanuit daar kilometerslang de kust volgt, langs de rotsen. Continu het gebulder van het water, schepen varen aan de horizon. Het is een beeldschoon pad, waar we tegen de afspraken in onze fiets ’s morgens even mee naartoe nemen, om een foto te maken waarbij ik onder een laaghangende boom door rijd, met achter me de uitgestrekte zee. We fietsen vanaf daar – door het binnenland, weg van de zeewind – over rollende heuvels vol grasland, naar Calella de Palafrugell, nog zo’n prachtig dorpje aan de Costa Brava. De strandjes zijn gescheiden door rotsformaties, waardoor het bijna privé stranden lijken. Op een torentje dat fungeert als uitkijkpost over zee, doen twee vrouwen hun yoga-oefeningen. We logeren bij Barbara, in hotel Sant Roc. Al drie generaties in de familie van Barbara. Het balkon van mijn kamer is het mooiste balkon dat ik ooit heb gehad in een hotel; ik stap de deur uit en loop zo tegen de zee aan; ik slaap met de deur open en hoor de golven. Ook vanuit het restaurant kijk ik naar zee, terwijl ik verse tonijn, zeeduivel en mosselen eet. Het dorpje is in slaap gesust; toerisme komt op gang eind mei, in de zomer is het eigenlijk te druk. ‘Goed voor de zaken,’ zegt Barbara. ‘Maar dan liggen de stranden vol. Maar als het zo druk is, weten wij gelukkig nog wel wat plekken waar niemand aan zee ligt.’

Calella de Palafrugell © David Peskens Photography

De put valt droog

Onderweg in de Empordà, stoppen we bij wijnlandgoed Brugarol in Palamós; we moeten echt zoeken waar we moeten zijn, maar dan lopen we de stralende Amira tegemoet – zij geeft de rondleidingen. Ze woont zelf dichtbij op een boerderij. Daar komt het vast door dat ze erg veel van de natuur weet. ‘De wijnstokken zijn eigenlijk nu al te groot,’ zegt ze. ‘Voor april is dit teveel, te hoog en de bladeren voelen droog. Het heeft te weinig geregend, de bron van de wijngaard staat droog. We vrezen een slechte oogst.’ Het wijnlandgoed biedt meer dan wijn; het is van de rijke familie Engelhorn, die ook hebben geïnvesteerd in kunst op het terrein, dat prachtig gelegen is in het landschap; lavendel overal in de berm, in de verte zie je de zee. Achter de wijngaard verdwijnt een cortenstalen constructie, groot als een loods de grond in. Een strak ontworpen opslagplaats voor de wijnvaten. Het doet me denken aan enkele musea die ik eerder bezocht in Denenmarken. Slim ontworpen complexen die opgaan in de natuurlijke glooiing van het landschap. Beneden is er geen licht, behalve het licht dat natuurlijk naar binnen valt door inkepingen in de grond erboven. Architecten uit Catalonië hebben deze wijngaard vormgegeven; het is een prestigeproject. De proeverij gaat gepaard met fuet, Spaanse salami, en jam van tomaat en pompoen; Amira vraagt van ons: ‘Zoals jullie nu onze wijn proeven, doe me een plezier, en proef thuis ook zo je eten, met aandacht.’

Wijnlandgoed Brugarol © David Peskens Photography

Autonomie in het binnenland

Het landschap in het binnenland is compacter, heuvelachtiger. Nog steeds is het overal groen, en af en toe ruiken we steva – een plant die ik ook in de Algarve veel rook. Een hop, een van de mooiste vogels die ik ken, vliegt een eindje met ons op, torenvalken zijn er ook. Door graanvelden vol klaprozen rijden we naar Pals, dat hoog op een heuvel ligt. Middeleeuwse glorie. In het dorpje is het druk op de smalle, steile stegen. Een heer verkoopt er onvergetelijke ijs van mosselen en artisjok. Later op de dag rijden we nog meer van dit soort waanzinnig fraaie heuveldorpen door. Bijna elk dorp heeft een kasteel en een kerk, hoe klein het dorp ook is. In La Pera drink ik op het plein koffie. Stilte ook hier, alleen het slepende geratel van de afgevallen blaadjes van een van de bomen die op het plein staat, de wind speelt met de blaadjes. In Monells, met prachtige bogen en welvingen, plant ik me een half uur neer naast de waterput op het marktplein, een moeder en een kind spelen met elkaar – verder is er niets. In Madremanya slapen we in een villa met daarachter, iets hoger gelegen, de kerk. Dit is het kleinste dorpje waar ik tot nu toe ben geweest. De eigenaar van het hotel is een beleefde man, vormelijk en een tikje verlegen. Zijn hotel is een oude opgeknapte hoeve met robuuste muren. Na een avond met goed eten, klap ik de volgende morgen de deur van mijn appartement open en stap het gazon op; lavendelplanten vol zoemende bijen voor mijn deur, daarachter het frisgroene heuvelachtige Catalaanse landschap – onvergetelijk.

Catalaanse heuveldorpen in de Empordà © David Peskens Photography
Madremanya © David Peskens Photography

Wouter organiseert met zijn bedrijf Trek&Ride fraaie tocht per fiets door de regio. Hij denkt mee en biedt routes op maat aan.

Visit Catalunya

David Peskens en Roman Helinski maakten samen meer dan zeventig reizen, voor diverse tijdschriften. Onlangs ontdekten ze tijdens drie fietstochten de veelzijdigheid van het Catalaanse binnenland. Meer werk van hun hand is te vinden op www.reisportretten.nl.

David Peskens en Roman Helinski