Vijf dagen fietsen door het noorden van Catalonië: van de hoge Pyreneeën naar de Middellandse Zee

Vijf dagen fietsen door het noorden van Catalonië: van de hoge Pyreneeën naar de Middellandse Zee

Vijf dagen fietsen door het noorden van Catalonië: van de hoge Pyreneeën naar de Middellandse Zee. De route begint op 2000 meter hoogte bij het skistation Vallter 2000 en slingert zich in zo’n 210 kilometer langs verlaten bergdorpjes, groene valleien, middeleeuwse stadjes als Besalú en uiteindelijk naar het strand van L’Escala.

Op een late avond kom ik net op tijd aan in Albanyà, een stil dorpje in het noorden van Catalonië. Het is iets na achten, mijn hotel aan het Plaça Major staat op het punt van sluiten. Op het plein drinken een paar oudere mannen bier, terwijl twee Belgen patatas bravas met worst eten. Eigenaresse Caro schuift me nog snel een glas wijn en een bord toe terwijl ze al aan het opruimen is. Even later verdwijnen de mannen richting huis, de Belgen richting hun camping. Caro drukt me de sleutel in de hand en vertrekt. Daar zit ik dan, alleen op het lege plein met een extra glas wijn in de hand. Rondom mij het stille dorp, boven mij de vallende avond.

Een paar dagen eerder begon de reis hoog in de bergen, bij Vallter 2000. Met mijn fiets achterin een busje word ik afgezet op de top. Vanaf daar daal ik af naar Setcases, waar klaprozen en gele brem de hellingen kleuren. Via de autoluwe Via Verda fiets ik verder door de vallei van Camprodon. Dorpjes rijgen zich aaneen, elk met een eigen karakter, maar allemaal even slaperig. Als spinnende katten in de zon lijken ze te wachten tot ik langskom.

Zigzaggend daal ik een steil, lang pad af door de hermetische bossen van La Garrotxa. Ik ontdek beneden dat tijdens al het gestuiter over de keien mijn telefoon uit mijn zak is gegleden. Terug de berg op om hem te zoeken, het zowat het ergste dat je als fietser kan overkomen: terug moeten keren op je schreden. Mijn blik houd ik scherp gericht op het pad, totdat daar op de keien een zilver kleinood fonkelt, gevonden! In het dorpje Castellfollit de la Roca vergaap ik me aan deze Roca, een basaltrots van vijftig meter hoogte en een kilometer lengte waarop het hele dorp is gebouwd, er wonen net geen duizend mensen. Onderlangs stroomt de Fluvià krachtig, aangesterkt door de hevige regenval eerder in de lente.

Castellfollit de la Roca © David Peskens Photography

Och, beeldschoon Besalú Wat ben je mooi met je Middeleeuwse bruggen en poorten, Besalú.  Ik ben er helaas maar een dag en een avond. Ik drink koffie bij een Duitse dame die hier het cafeetje 10 Del Pont is begonnen, met uitzicht op de lange oude brug. ‘Nu is het nog rustig,’ vertelt ze. ‘Maar het wordt vele drukker hier, let maar op in de zomer.’ Ik kan het me goed voorstellen, dit dorp is zo mooi dat ik even nergens anders meer aan kan denken. Met spijt vertrek ik de volgende morgen alweer in alle vroegte. Vanaf Besalú is het vierendertig kilometer fietsen richting mijn volgende bestemming en het gros van die kilometers gaat steil bergop. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik de hele dag niemand tegenkom, echt niemand. Dit deel van Catalonië is onbereisd, en rauw. De finale van deze uitputtende etappe is het kasteel van Sant Llorenç de la Muga. Meer dan een kasteel is het een brede toren bovenop een heuvel met een Spaanse vlag bovenop. Met een weids uitzicht op de streek die opmerkelijk, opmerkelijk groen is voor de tijd van het jaar. Er is veel regen geweest, hoor ik her en der. De rivieren staan hoog. Soms moet ik zelfs door zo’n rivier heen waden met mijn fiets aan de hand. Op de toren van het kasteel waait een stevige bries, een bries die me ook vergezelt de volgende dag, wanneer ik naar de zee fiets; aan zee is er altijd wind!

Besalú © David Peskens Photography

Naar zee Vandaag vind ik de beschaving terug - na het lege land wacht de drukte aan zee, al is het nog niet heel druk begin juni. Meer dan zestig kilometer leg ik af vanuit Albanyà naar L’Escala, een toeristische badplaats. Het landschap onderweg doet denken aan de Betuwe; met velden vol appelbomen, de appeltjes zijn nog klein. Kilometerslang is het appelterrein. De Empordà staat bekend om goede appels, ze zijn in heel Spanje te koop - ik at er vorig jaar zelfs een Granny die tot mijn verbazing niets zuurs had en juist een zoete smaak had.

In L’Escala wacht het goede leven; mijn hotel ligt aan het strand. De kust is schoon, het water is verfrissend. Ik duik praktisch vanaf de fiets in de zee, vanaf het kleine strandje in het centrum. Het water is heerlijk van temperatuur, terwijl de zon ondergaat dompel ik mijn hoofd nog eens onder water, en daarna eet ik tarbot en ansjovis.

’s Avonds val ik met de balkondeur op een kier in slaap, ik luister naar het slaan van de golven tegen de kust.

Middellandse Zee © David Peskens Photography
 Visit Catalunya

David Peskens en Roman Helinski maakten samen meer dan zeventig reizen, voor diverse tijdschriften. Onlangs ontdekten ze tijdens drie fietstochten de veelzijdigheid van het Catalaanse binnenland. Meer werk van hun hand is te vinden op www.reisportretten.nl.

David Peskens en Roman Helinski